Het leven in Spanje is 100% anders dan in Nederland. Je kent de zon, de volle stranden, de drukte aan de kust. De tapas. De siësta. Maar Spanje heeft nog meer geheimen. Ken jij ze allemaal?
En deze weetjes gaan over het ECHTE Spaanse leven. Niet één of ander toeristisch oord waar alle Spaanse gebruiken zijn verdwenen doordat het gebied zich volledig heeft aangepast aan de gewoonten van de toeristen. Vandaag nummer 1 t/m 15.
1. Spanjaarden eten pas om 22.00 uur
En dat is geen uitzondering. Dat is gewoon diner. Als jij om 19.00 uur een restaurant binnenloopt ben jij de enige gast. En de ober kijkt je aan heel vragend aan, want hij verwacht niet dat jij komt eten.
2. De siësta bestaat echt nog
Niet overal en niet in de grote steden. Maar in de dorpen? Tussen 14.00 en 17.00 uur is alles dicht. Echt alles. Plan daar op in want aanbellen bij de slager om 15.00 uur heeft geen zin.
3. Spanje is veel groter dan je denkt
Van noord naar zuid rijd je zeven uur. Van oost naar west ook. Het is het op twee na grootste land van de EU. Die roadtrip door Spanje duurt echt langer dan je had gepland. Soms zeggen mensen tegen mij, ik ga naar Spanje zal ik even bij je langskomen? En dan zeg ik, dat is dan 6 uur rijden. Nou dat is natuurlijk veel te ver.
4. Extremadura is het minst bezochte gebied van Spanje
En het is schitterend. Uitgestrekte natuur. Bijna geen toeristen. De lekkerste ham van het land. En de goedkoopste huizen. Weinig mensen weten het. En jij nu ook.
5. Kraanvogels overwinteren in Spanje
Elke herfst vliegen er tienduizenden kraanvogels over naar Extremadura. Het geluid is onwerkelijk. Voor mij is dit altijd echt het teken dat de winter is begonnen. En als je ´s morgens wakker wordt en je hoort het getetter van de Kraanvogels. Heerlijk geluid die veel vogelaars uit heel Europa aantrekt.
6. Spanje heeft meer UNESCO-werelderfgoed dan bijna elk ander land
50 stuks. Alleen China en Italië doen beter. En de meeste Nederlanders en Belgen kennen er misschien vijf.
De Sagrada Família. De Alhambra. Toledo. Maar er is zoveel meer. Romeinse steden. Rotstekeningen van 35.000 jaar oud. Verstopte kloosterdalen in de Pyreneeën. Gebieden vol flamingo's.
Spanje is één groot openluchtmuseum. En je rijdt er gewoon doorheen zonder het altijd te beseffen.
7. Het water uit de kraan is vaak prima drinkbaar
Zeker in het zuiden en in de dorpen. Maar Spanjaarden zelf drinken liever gebotteld water. Vraag altijd even lokaal advies want het verschilt per regio. ¿El agua es potable? – Is het water drinkbaar?
8. Spanje heeft de meeste zonnige dagen van Europa
Niet de Costa del Sol zoals iedereen denkt. Het is Almería. Meer dan 3.000 uur zon per jaar. Ter vergelijking: Nederland heeft er gemiddeld 1.700.
Almería is ook de droogste provincie van heel Spanje. En van Europa eigenlijk. Er zijn delen van Almería die officieel als woestijn gelden.
9. Jamón ibérico en jamón serrano zijn compleet verschillend
Serrano is van een gewoon varken. Ibérico is van een zwart varken dat op eikels leeft. Het prijsverschil is enorm en het smaaksverschil ook.
Probeer maar eens en vraag bij het ontbijt op een terrasje: Una tostada con Jamón Ibérico por favor.
10. In Spanje bestaat de 13e verdieping gewoon
In Nederland en België slaan veel gebouwen de 13e verdieping over. In Spanje niet. Geen bijgeloof. Gewoon de 13e verdieping.
En vrijdag de 13e? Daar kijken Spanjaarden je een beetje vreemd bij aan. Want in Spanje is het dinsdag de 13e die ongeluk brengt. Martes trece. Dinsdag dertien.
Mijn conclusie: als elk land een andere dag kiest als ongeluksdag heb je altijd wel ergens ongeluk. Dus ik kies gewoon voor geluk. Dat werkt namelijk veel beter.
11. Spanjaarden zeggen nooit nee direct
Ze zeggen ya. Dat betekent ja maar eigenlijk misschien maar waarschijnlijk niet. Ya is een bevestiging dat ze het begrijpen. Dus als een Spanjaard ya zegt tegen je afspraak van morgen bel dan even na.
12. Het ontbijt is heel klein
Een koffie en een tostada. Meer niet. Het grote eten komt later op de dag. Verwacht geen uitgebreid ontbijtbuffet in een gewoon Spaans café.
13. Spanje heeft pas in 1975 de democratie ingevoerd
Na de dood van Franco. Dat is jonger dan veel Nederlanders en Belgen. Er zijn mensen die nu gewoon rondlopen in Spanje die hun hele jeugd onder een dictatuur hebben geleefd. Die geschiedenis zit niet alleen in de boeken. Die zit in de mensen.
Franco regeerde Spanje van 1939 tot zijn dood in 1975. Bijna veertig jaar lang. En in die veertig jaar was Spanje volledig gesloten voor de buitenwereld. Geen vrije pers. Geen oppositie. Geen vrije meningsuiting. En heel belangrijk: geen Engels.
Want onder Franco was Engels de taal van de vijand. Van het kapitalistische westen. Spaans was de enige taal die telde. Sterker nog, de regionale talen zoals Catalaans en Baskisch waren verboden. Je mocht ze niet spreken op straat. Niet op school. Niet in het openbaar. Alleen thuis achter gesloten deuren bleef de taal leven.
En dat heeft diepe sporen nagelaten.
De generatie die opgroeide onder Franco heeft nooit Engels geleerd. Niet op school. Niet daarna. Want na de dictatuur was er geen systeem dat dat even snel kon repareren. Die mensen zijn nu vijftig, zestig, zeventig jaar. Ze wonen in jouw dorp. Ze zitten naast je in het café. Ze zijn je buurman en je buurvrouw.
En ze spreken geen Engels. Niet een beetje. Gewoon niet.
Dat is geen onwil. Dat is geschiedenis.
En daarom is Spaans spreken hier zo belangrijk. Niet alleen praktisch maar ook als teken van respect. Als jij die moeite doet voelen zij dat. Ze zien dat jij niet verwacht dat de wereld zich aanpast aan jou. Dat jij je aanpast aan hen.
En dat opent deuren die voor eeuwig gesloten blijven als je alleen op Engels rekent.
14. In veel dorpen staat de kerk centraal maar ….
Spanje is officieel katholiek en in de praktijk is dat genuanceerder dan je denkt. De jongere generatie gaat op een gewone zondag inderdaad nauwelijks meer naar de kerk. De banken blijven leeg. De priester spreekt voor een handvol oudere parochianen.
Maar zeg nooit dat het geloof dood is in Spanje. Want dan heb je de rest van het jaar niet meegemaakt.
Want als er een processie is doet het hele dorp mee. Jong en oud. Het hele dorp stopt. De muziek begint. En iedereen loopt mee en viert daarna feest, want daar zijn ze heel goed in de Spanjaarden.
En de communies. Die zijn een spektakel op zich. Een Spaanse eerste communie is geen bescheiden kerkdienst. Het is een groot familiefeest, een mini-bruiloft zeggen ze hier in het dorp. Nieuwe jurk. Nieuw pak. Fotograaf. Feestzaal met een 6 gangen diner. Tientallen familieleden van heinde en verre. Het kind staat letterlijk in het middelpunt van de wereld die dag. En het feest daarna duurt tot diep in de nacht.
15. Semana Santa is indrukwekkender dan carnaval
De Heilige Week voor Pasen is in Spanje een enorme gebeurtenis. Semana Santa. De Heilige Week voor Pasen. Processies midden in de nacht. Mannen in kappen die beelden van tientallen kilo's door smalle straatjes dragen op hun schouders. Muziek die door je heen gaat. Steden als Sevilla en Málaga trekken er honderdduizenden mensen op af maar elk klein dorp heeft zijn eigen versie. Even indrukwekkend. Soms zelfs intiemer en mooier.
Het geloof in Spanje zit niet elke zondag in de kerk. Het zit in de tradities. In de feesten. In de trots op het eigen dorp. En dat is iets wat je moet meemaken om het te begrijpen.
Wil je veel meer weten over het Spaanse leven. De gewoonten. De Spaanse taal. En over Wonen in Spanje volg www.facebook.com/supergoedspaansleren of www.instagram.com/cintha_supergoedspaansleren.nl of www.youtube.com/cintha_supergoedspaansleren
En natuurlijk de gratis Spaanse lessen of de keuze om gelijk in 8 weken Spaans te leren spreken vind je op www.supergoedspaansleren.nl
Un beso,
Cintha




